kaart.jpg
kids202.jpg

Weblog Anja Meulenbelt

Home | nieuws |
Fayeffi; veilige haven PDF Afdrukken E-mail
Vanuit Gaza
10 Augustus 2007
Maandagochtend, 8.00 uur. De kinderen moeten weer naar school. Ik wil mijn schoenen aantrekken en vind daar nog een restant zand van het strand uit Gaza. Een week geleden zat ik samen met Anja, Joes, Joris, Jan en Helma nog maar net in het vliegtuig onderweg naar een stukje land dat ik alleen maar kende van het nieuws, de foto’s en de verhalen van de Kifaia groep. Eindelijk zou ik ooggetuige worden van dat stukje land: Gaza. Maandagochtend, 8.00 uur. De kinderen moeten weer naar school. Ik wil mijn schoenen aantrekken en vind daar nog een restant zand van het strand uit Gaza. Een week geleden zat ik samen met Anja, Joes, Joris, Jan en Helma nog maar net in het vliegtuig onderweg naar een stukje land dat ik alleen maar kende van het nieuws, de foto’s en de verhalen van de Kifaia groep. Eindelijk zou ik ooggetuige worden van dat stukje land: Gaza.

De reis tot aan Erez was me bekend van een eerdere poging om Gaza binnen te komen. Helaas werden we er toen niet ingelaten. Nu stonden we daar, enigszins gespannen wat ons te wachten zou staan. Vrij soepel konden we verder. In de bloedhitte, de koffers achter ons aan slepend, slenterende we door niemands-land Gaza binnen. En nu ben ik er mee verbonden. Wat ik in een week tijd allemaal gezien, gevoeld en gehoord heb zal ik niet meer vergeten!

De dag van aankomst worden we in het appartement opgewacht en verwelkomd door Khaled, Mohammed, Ramadan en Fatma. Wat een warmte en blijdschap straalden ze uit! Het weerzien met Anja, Joes en Jan was hartverwarmend. We werden ook vrijwel direct meegenomen naar het strand dat weer toegankelijk en veilig was. Veel mensen zaten er op het strand. Ouders keken naar de spelende kinderen. Het zag er “gemoedelijk”uit. Het is bijna niet voor te stellen dat je in een hele grote gevangenis bent beland.
De hele omgeving is droog, platgewalst en stoffig. Kinderen, héél veel kinderen, spelen op straat en roepen ons toe: welkom! En welkom zijn we. De dankbaarheid komt bijna uit hun poriën….

Onze dagen daar staan vol gepland met trainingen, huisbezoeken en natuurlijk de kennismaking met het team. De trainingen die gegeven werden waren erg interessant. Het bijwonen ervan en het observeren van de groep was geweldig. Het viel me op hoe intens er geluisterd werd en hoe serieus er met de sessies werd omgegaan. Je ziet de mensen stoeien met het aannemen van een juiste houding en het omgaan met hun emoties.
De huisbezoeken kwamen bij mij hard binnen. Met een team van artsen, fysiotherapeuten etc. kom je echt bij de mensen thuis. Woningen, waar men met grote gezinnen woont, zijn vaak half kapot geschoten. Zij hebben in ieder geval een huis, voor zolang het duurt; Joussef, een fysiotherapeut liet zijn platgewalste woning zien. Hij kreeg een half uur de tijd om zijn huis te verlaten. Maar hij werd ten minste nog gewaarschuwd, soms worden ze ’s nachts verrast door de bulldozers!

De woningen zijn sober ingericht. Ondanks de soberheid voel je je erg welkom en worden er mogelijkheden gecreëerd om met een grote groep hulpverleners plaats te kunnen nemen rondom een patiënt. Er staan veel plastic kuipstoeltjes opgestapeld. Blikjes frisdrank, thee of koffie gaan rond en het is onbeleefd om te weigeren. Tijdens de huisbezoeken zijn ouders, broertjes en zusjes aanwezig die nieuwsgierig naar ons, vreemde mensen, staren. Zelf ben ik werkzaam in de gezondheidszorg, ik was dan ook erg geschokt om te zien in wat voor benarde situaties de patiënten en hun families leven. Met simpele middelen moeten de professionals zorg verlenen in een omgeving waar je je geen voorstelling van kunt maken. In Nederland is dat volkomen ondenkbaar. Er liggen dunne matrasjes op de grond waar je op kunt zitten. ’s Avonds worden ze uitgestald en doen dienst als slaapplaats, óók voor de volledig immobiele patiënten. Zo ontstaan doorligplekken wel heel erg snel.
Daar ikzelf met ouderen werk, ben ik wel wat gewend betreffende wondverzorging, maar om kinderen in zo’n situatie te zien is erg pijnlijk. Dit moet niet kunnen, denkende aan mijn eigen kinderen, die in tegenstelling tot de gehandicapte kinderen in Gaza een heerlijk onbekommerd leventje leiden. Je gaat je eigen leven relativeren en waarderen wat je hebt, of juist gelukkig niet kent.
Ondanks het feit dat ik in een land vertoefde waar oorlog heerst en waar in die week verschillende raketaanvallen waren, heb ik me geen moment angstig of bedreigd gevoeld. Zelfs tijdens de begrafenis van een Hamas-lid bevonden we ons zonder angst tussen de menigte. Het GHCP-team slaagde er goed in ons buiten mogelijk gevaarlijke gebieden en plaatsen te houden en ons - bijna zonder dat we er bewust van waren - te beschermen. Het voelde goed om daar te zijn, de sfeer te proeven en vanuit een ander oog punt te mogen kijken.
Ik heb daar een Arabische naam gekregen; Fayeffi, betekend haven of veilige thuishaven zoals me de betekenis is uitgelegd. Het zegt iets over hoe je daar gewaardeerd wordt en daarom een passende naam voor je bedenken. Ik voelde me erg vereerd.

Na een week Gaza was het tijd om huiswaarts te gaan. Gaza weer verlaten en de mensen moeten achter laten die je hebben opgenomen als een verloren familielid, voelde zo wrang. Ik kon weer terug naar mijn land, mijn gezin die het goed hebben en ik moest toezien hoe zij daar achter bleven. Het was een emotioneel afscheid met de belofte achterlatend dat ik in mijn land zou vertellen over de situatie in Gaza, mijn ervaringen, de realiteit. Op dat moment wist ik nog niet hoe moeilijk het zou worden om die belofte na te komen.
De terugreis was ronduit vernederend. Zo welkom we waren in Gaza, zo snel wilden ze ons in Israël weer het land uit hebben.
Op Tel Aviv zijn ze anderhalf uur bezig geweest met het onderzoeken, scannen en overhoop halen van onze bagage. Elk kledingstuk werd gescand . De hele procedure verliep op een manier die volgens mij meer toehoort aan zware criminelen. Op het moment dat we als VIP’s het land werden ‘uitgezet’, waren we opgelucht dat we dat stukje terugreis hadden gehad.

En dan kom je thuis. Een warm onthaal van mijn kinderen en mijn man, die weet hoe het daar is, die staat te popelen om alles over de reis te horen, en die klaar staat om me op te vangen. Hij heeft deze reis vaker gemaakt, hij is werkzaam bij Kifaia. Nu begrijp ik zijn verhalen, en ken ik de personen over wie hij altijd verteld. Dankzij hem en dankzij Kifaia zal ik verbonden blijven met Gaza, met het GHCP-team. Voortaan zal elk bericht uit Gaza echt bij me binnen komen, zal ik elk verhaal anders lezen, zal ik elke foto anders zien en zal ik elke nieuwsbrief anders vouwen. Helaas kost het me erg veel moeite om mijn verhaal kwijt te kunnen daar er weinig mensen zijn die willen horen, die echt geïnteresseerd zijn. Ze weten niet waar je het over hebt en ze kunnen het ook niet weten. Ik ondervind nu zelf dat de informatie die hier via de media binnen komt sterk gekleurd is. Ik kan het ze niet kwalijk nemen, maar het is wel lastig en frustrerend.

Ik bedank Anja, Joes en Jan voor deze mogelijkheid en voor hun steun en begrip in dat stukje onbekend land dat ik heb mogen leren kennen. En ik bedank vooral mijn man, Ruud van der Ven, die dit mogelijk maakte door zijn inzet in de thuis situatie en zijn eigen plekje in Kifaia. Het is goed om weer thuis te zijn maar er gaat geen dag voorbij dat ik niet denk aan de situatie in Gaza en hoe onze vrienden het daar hebben. Zij zitten daar nog steeds in die grote gevangenis en de situatie verslechterd zienderogen. Wat heb ik het toch goed met mijn man en kinderen in onze veilige haven, Fayeffi !